In de jeugdhulp zien we vaak dat gezinnen vastlopen in een netwerk van zorg en ondersteuning. In veel gevallen komt dit door het zogenaamde ‘zorg stapelen’: het blijven toevoegen van zorginterventies. Annemiek Ruiterkamp, procesregisseur bij BOEG, werkt dagelijks met complexe casuïstiek.
In dit artikel deelt zij haar visie op de grootste obstakels in het proces. En legt zij uit hoe je als professional kunt voorkomen dat het zorgtraject van een gezin vastloopt. Haar belangrijkste boodschap? Vertraag om te voorkomen dat gezinnen verder onder druk komen te staan.
Reflecteren in plaats van ingrijpen
Het Regionaal Expertteam (RET) schakelt Annemiek in wanneer de samenwerking tussen verschillende zorginstanties vastloopt of wanneer een gezin door de bomen het bos niet meer ziet. Als procesregisseur is het niet haar taak om direct in te grijpen met nieuwe hulptrajecten, maar juist om het overzicht terug te brengen. “Vaak denken we dat meer zorg meteen meer oplossingen biedt. In werkelijkheid kan dit het tegenovergestelde effect hebben”, legt Annemiek uit. Haar ervaring leert dat het soms nodig is om een proces te vertragen, zodat alle betrokken kunnen reflecteren op wat werkelijk nodig is.
Zorgstapeling en het verlies van overzicht
Zorgstapeling is één van de grootste obstakels die Annemiek tegenkomt. Gezinnen krijgen te maken met verschillende soorten ondersteuning, waarbij de zorgverleners niet altijd goed met elkaar afstemmen. “Wanneer we veel zorg tegelijk inzetten, verliezen zowel het gezin als de professionals het zicht op de samenhang en kern van de problematiek. Dat maakt dat we niet meer scherp zien welke interventies écht nodig zijn. Het is essentieel dat zorgprofessionals voorkomen dat ze – vaak onnodig – zorg toevoegen. Onderzoek opnieuw de hulpvraag, bijvoorbeeld door het maken van een verklarende analyse. Als procesregisseur heb ik daar tijd en ruimte voor.”
Praktijkvoorbeeld: terug naar de basis
Annemiek deelt een praktijkvoorbeeld van een gezin waarbij zó vaak zorg was ingezet, dat niemand meer begreep wat er echt aan de hand was. De moeder van een jong kind voelde zich met elke nieuwe interventie meer overweldigd. Bovendien snapte zij het doel niet van alle afspraken, waardoor zij de boot afhield. Annemiek vertelt over haar aanpak: “Ik ben teruggegaan naar de basis: wat is de werkelijke hulpvraag? Wat heeft dit gezin op dit moment nodig om vooruit te komen? De hulp bleek niet aan te sluiten bij de werkelijke behoeften. Ik startte met aansluiting bij de moeder: goed luisteren en duidelijkheid geven. Het resultaat? Ze staat weer open voor hulpverlening.”
Oog houden voor het gezin
Annemiek sluit af met de oproep om als jeugdhulpverleners de tijd te nemen en oog te houden voor het gezin dat je voor je hebt. Want: “Ieder mens is uniek. Bedenk welke oplossing voor dít gezin passend is. Zo voorkom je niet alleen dat je hulp inzet die toch niet werkt, je helpt een gezin daadwerkelijk verder. Nu en in de toekomst.”